Patrick en Aline koesteren “hun” Delhaize

“HET BLIJFT TOCH EEN BEETJE ONS KINDJE”

Patrick en Aline De Bock, al jaren met pensioen, kunnen maar geen afscheid van “hun” Delhaize. Zij begonnen meer dan dertig jaar geleden met een eerste winkel in de Stationsstraat net nadat de Bende van Nijvel had toegeslagen in Aalst. Weinigen weten dat geruime tijd sluipschutters de parking in het oog hielden vanuit de woning waar nu de kapper huist. 

“Afbouwen wel, maar definitief afscheid nemen ziet het echtpaar voorlopig niet zitten. “Het blijft ons kindje”.

SLUIPSCHUTTERS HIELDEN GERUIME TIJD ONZE PARKING IN HET OOG.

Patrick, een supermarkt open houden, was dat een droom die uitkwam of ben je ergewoon toevallig ingerold? 

“Toevallig kan je het niet noemen. Ik ben eigenlijk begonnen als leerkracht net na mijn studies. Ik heb (als je het wat vergelijkt met vandaag) ‘economie’ gegeven in de tweede en derde graad. Na een carrière van 11 jaar in het onderwijs in Oudenaarde, Roeselare en Brugge was ik toe aan een nieuwe uitdaging. Via mijn ouders was ik in contact gekomen met Delhaize en hadden zij twee overnamevoorstellen voor ons. Eentje in Deinze of een gloednieuwe in Ternat (die was in 1985 gebouwd en opengegaan). In Deinze stonden de emmers achteraan klaar om het water op te vangen als het regende, in Ternat was de winkel nagelnieuw. Onze keuze was dan ook snel gemaakt. Op 17 maart 1986 is ons verhaal hier in Ternat begonnen”. 

De keuze was snel gemaakt? Zo evident was dat blijkbaar toch niet? 

“Je steekt er al je spaargeld in en dan denk je sowieso ook eerst even goed na. Bovendien, als we even terug gaan in de tijd, was dat de periode net na de overval van de bende van Nijvel op Delhaize in Aalst. Daar denk je dan uiteraard ook wel eens over na, en stel je jezelf toch ook wat vragen over de veiligheid. Uiteindelijk heeft de ambitie ons erdoor getrokken en hebben we de stap gezet”. 

Die overval heeft uitaard wel heel wat gevolgen gehad? 

“In eerste instantie natuurlijk voor de slachtoffers en de families ervan. Het blijft een onwaarschijnlijk verhaal. Voor ons heeft dat voor extra waakzaamheid gezorgd. Ook bij de overheidsdiensten zat de schrik er wel in. In onze beginperiode was er elke avond een patrouille van de Rijkswacht die met honden een ronde deed door de winkel voor sluiting. En straffer nog, ik denk niet dat veel mensen dat weten, maar op de bovenverdieping van het gebouw vooraan op de parking waar nu de kapper is (op de Stationsstraat), lagen sluipschutters die de parking in het oog hielden. Hoelang ze er juist mee zijn doorgegaan weet ik niet goed meer, we zijn vooral heel blij dat er zich geen nieuw drama heeft afgespeeld”. 

Ondertussen wonen jullie al bijna 30 jaar in Ternat? 

“We zijn naar Ternat verhuisd in 1992, dat pendelen raak je ook wel beu (lacht). Elke dag anderhalf uur onderweg naar Oudenaarde, meer bepaald naar Nederename, was niet ideaal. De winkel was toen ook al 7 dagen op 7 open. Dat hou je niet vol. En ondertussen voelen we ons, kan ook moeilijk anders na bijna 30 jaar, Ternattenaar. Ik weet nog goed dat we hier in augustus 1992 zijn komen wonen maar dat ons huis nog niet helemaal af was. Onze kinderen waren hier al in ‘t school ingeschreven vanaf 1 september, maar de bouw had wat vertraging opgelopen. Dan hebben we even gekampeerd zeg maar”. 

In 1998 zijn jullie dan verhuisd naar de huidige locatie? 

“Door de jaren heen, en vandaag ook zeker nog, werd het aanbod almaar groter, de vraag van de klant evolueert natuurlijk ook. We hadden niet genoeg plaats meer om al onze producten uit te stallen. Een paar leuke voorbeeldjes: vroeger hadden we 3 meter wasproducten in onze winkel, vandaag is dat 13 meter. Wasproducten in alle kleuren, geuren en vormen vandaag. Ook de verse producten blijven belangrijker worden. We zijn daar van 5 meter toog naar 16 meter gegaan in 1992. Ik weet nog goed dat we toen dachten: ‘hoe gaan we dat allemaal vullen?’. Vandaag is het zelfs niet meer genoeg. En het blijft uiteraard evolueren, als je binnenkomt kom je nu meteen in de wijnafdeling, dat wordt vandaag in ‘t algemeen ook anders aangepakt. Mensen gaan vaker winkelen, maar korter. Men opteert dus nu voor een afdeling ‘on the go’ bij het binnenkomen, zo hoef je niet heel de winkel rond te gaan voor je kleine aankopen”. 

Wat is de sleutel tot het succes vandaag? Was dat vroeger anders? 

“Zoals ik al aangaf, meegaan met de tendens en inspelen op de vraag. Maar met een nette winkel, vriendelijke bediening, voldoende voorraad en aanspreekbaar zijn kom je ook al een heel eind ver”. 

Jullie weten wel van geen ophouden? 

“Ach ja, het is toch nog altijd een beetje ‘je kind’. We zeggen altijd dat we gaan afbouwen, en dat doen we ook, maar heel traag (lacht). Ik denk eigenlijk dat we er nooit helemaal weg zullen zijn”. 

Is het de schrik voor het ‘grote zwarte gat’? Heb je bijvoorbeeld geen zin om te gaan reizen? 

“Neen, de schrik voor het ‘zwarte gat’ zit er zeker niet in. We zeggen wel eens tegen mekaar dat we wat vaker naar de zee moeten trekken. En we gaan dan occasioneel wel eens naar Nieuwpoort of jaarlijks met vakantie naar Frankrijk (In de Provence hebben we ons hart ook wel verloren), maar we zijn ook niet echt de grote reizigers. Pas op, we zijn wel eens in Amerika geweest en ook in Zuid-Afrika hebben we een zeer fijne tijd gehad, maar we hebben toch voornamelijk wat citytrips gedaan in Europa. 

Ik zou misschien wel wat meer tijd moeten maken om te schilderen, dat wel. Op een doek bedoel ik dan, dat doe ik bijzonder graag en zou ik meer moeten doen”. 

En dan de, ondertussen traditionele, vraag om af te sluiten, hoe breng je de feestdagen door? 

“Zoals iedereen waarschijnlijk, gezellig thuis. Dit is trouwens sowieso een drukke periode in de winkel, nu iedereen thuis gaat vieren, en niet op restaurant, zal het waarschijnlijk nog wel iets drukker zijn dan anders. De rust zal dus ook zeer welkom zijn. En volgend jaar kunnen we opnieuw met volle teugen genieten en vieren”. 

https://www.addelhaize-ternat.be