Blijven verrassen

‘WEET JE WEL WELK VLEES JE IN DE KUIP HEBT?’

STEVEN EN TINY VASTENAVONDT SCHRIJVEN SUCCESVERHAAL VANAF DAG ÉÉN

Binnen het jaar samen een eigen slagerij. Zo vlug ging het voor Steven en Tiny Vastenavondt dertien jaar geleden. Steven stapte niet onbeslagen in het avontuur. Zes jaar hanteerde hij mes en bijl, lepel en vork bij een Strombeekse beenhouwer. Deze bagage gekoppeld aan zijn creativiteit en de geweldige inbreng van echtgenote Tiny maken van slagerij-traiteur Vastenavondt vaste prik voor een toenemend aantal klanten voor vlees, charcuterie, kaas, schoteltjes, bereidingen, noem maar op. Steven en Tiny blijven creëren en verrassen.

Als jullie zelf mogen kiezen, een kaasschotel voor Kerstmis of toch het traditionele vleesgerecht? 

“Kiezen is verliezen (lacht). Dat laten we dan ook aan de mensen zelf over. Wat ik persoonlijk wel een hele leuke vind, en eigenlijk vrij traditioneel, is de opgevulde kalkoen met het appeltje met veenbessen en verse kroketjes. Een gerecht dat je niet zomaar elke week op tafel legt en perfect past bij de feesten. Anders was het ook geen traditie geworden (lacht).

We merken de jongste jaren ook het succes van dit gerecht en hebben ons aanbod daar wat op aangepast. Zo heb je nu kalkoentjes van 3 kg, iets kleiner dan de traditionele (ik herinner mij dat die van ons grootmoeder vroeger wel 10 kg woog) en op maat van de naar alle waarschijnlijkheid kleinere feesttafel van dit jaar. Is het nog wat veel, geen nood, je kan er gerust de dag nadien ook nog van genieten en bovendien kan je ook kiezen voor de opgevulde parelhoen of de opgevulde kalkoenfilet mocht 3 kg toch wat veel zijn. Een klassieker waar we dus wel heel veel aandacht aan besteden. 

Pas op, ook de op te warmen gerechten, gourmet, fondue en de kaasschotel blijven erg populair. Bij de kaas proberen we ook extra creatief te zijn. We kiezen niet alleen voor de klassiekers, maar proberen de mensen eerder wat nieuwe dingen te laten ontdekken. Onbekend is onbemind. Het blijft sowieso een veel gevraagde schotel, het werkt ook heel goed als dessert of tussengerecht voor de mensen met heel veel honger (lacht). Of zelfs om gewoon bij het degustief op tafel te zetten. 

Die creativiteit, daar zetten jullie wel heel sterk op in.

“Dat is gewoon ook het fijnste om te doen. Niets zo leuk als een eigen creatie te lanceren en van de mensen te horen dat ze het kunnen appreciëren. Het is nu het moment van de kerstpensen, een kleine twist aan de traditionele pensen, iets zoeter met appel en rozijnen bijvoorbeeld, die moet je zeker eens proberen (lacht).

Het ideale moment voor onze pensen met speculaas, met sinterklaas dus, hebben we nu net achter de rug.

We hebben sinds enige tijd ook eigen Italiaanse salami. Daar kruipt behoorlijk wat tijd in om klaar te maken en het proces om te rijpen op zich duurt ook al zes weken. Wanneer mensen dan vragen of de salami al voorradig is baal je even als hij nog niet klaar is, maar tegelijkertijd ben je ook heel blij dat er zoveel vraag naar is. Dat is meteen het grootste bewijs dat het gesmaakt wordt. We proberen van onze ambacht echt onze troef te maken. Complimenten zijn dus altijd leuk”. 

Er is heel wat te doen rond minder vlees eten, maar vooral beter vlees? Volg je dat ook? 

“Ikzelf eet niet minder vlees. Op dat vlak ben ik nog wel wat van de oude stempel en kan ik genieten van een groot en goed stuk vlees. Maar ik volg het wel, we willen zeker geen massaproductie en kiezen dan toch ook eerder een kleiner maar goed stuk vlees. Kwaliteit is de hoeksteen”. 

Er wordt veel geschreven over buitenlands vlees, maar ons Belgisch witblauw moet eigenlijk niet onderdoen? 

“Neen, zeker niet. Het is bijzonder fijn om ze allemaal eens te proeven, te ontdekken en te vergelijken. Buitenlands vlees is vaak sowieso gerijpt waardoor er heel sterk op smaak wordt gewerkt. We hebben zelf ook regelmatig heel wat in ons assortiment zoals Hereford, Limousin, Aubrac en Charolais. Stuk voor stuk toppers met elk zijn uitgesproken eigenschappen. Heel fijn om te ontdekken en te vergelijken. Maar een mooi stuk Belgisch witblauw, op de juiste manier gebakken, met peper en wat grof zeezout, is misschien zelfs nog beter”. (Lacht) 

Wist je al vroeg dat je beenhouwer zou worden? 

“Awel ja. Sinds de lagere school al. Van waar het ooit gekomen is weet ik niet precies, mijn ouders waren absoluut geen slagers, maar ik droomde er wel al heel vroeg van om beenhouwer te worden. Vroeger werd er bij ons in de familie, en ook bij anderen heb ik vernomen, wel eens een varken in z’n geheel gekocht en dan werd alles samen verwerkt. Ik vond dat toen een geweldige dag. Misschien is het daar wel gegroeid. In elk geval, na mijn 6de leerjaar wou ik al voor beenhouwer gaan. Zoals de meeste ouders waren mijn ouders toen nog niet echt overtuigd. Ik heb dus nog twee jaar algemeen onderwijs gevolgd, maar in het derde middelbaar ben ik overgeschakeld naar technisch onderwijs beenhouwerij. Ze konden mij niet meer tegenhouden, al stonden ze daar wel met hun ‘mond vol tanden’ door mijn keuze (lacht). De eerste twee jaar had ik dan wel niet in het technische gevolgd, maar dat waren ook eerder algemene ‘oriëntatie’ jaren, ik had dus niet echt iets gemist en kon heel snel inpikken. Uiteindelijk heb ik nog een extra jaar traiteur gevolgd en heb ik ook een opleiding tot kok gevolgd in avondschool. Laat ons zeggen dat ik echt wel gebeten ben door het vak”. 

Je hebt eerst ook nog de nodige praktijkervaring kunnen opdoen? 

“Na mijn opleiding ben ik in Strombeek begonnen bij slagerij Vertonghen. En daar heb ik eigenlijk alles in de praktijk geleerd en enorm veel kansen gekregen. Ik was daar echt kind aan huis en zij hebben mij op alle vlakken heel veel bijgebracht. Zes jaar lang ik heb ik daar elke dag met heel veel plezier gewerkt, ik wou er ook enkel weggaan om zelf mijn ding te doen. 

En toen kwam jij, niet Jennifer, maar Tiny 

“En toen kwam Tiny inderdaad, en toen is alles ook heel snel gegaan. We waren nog geen jaar samen toen we hier zijn open gegaan. We hebben er dus geen gras laten over groeien (lacht). Ook Tiny was heel snel overtuigd van een eigen slagerij. Mijn schoonouders in ‘t begin wat minder: ‘weet je wel welk vlees je in de kuip hebt?’ 

‘Gaat hij ooit een eigen slagerij beginnen?’ was één van hun eerste vragen. “Awel ja”, heeft Tiny toen geantwoord. En in ons eerste jaar samen hebben we een slagerij gekocht, zijn we hier komen samenwonen en aan ons avontuur begonnen. Een zot verhaal toch eigenlijk. Ik weet nog goed dat ik enkele weken na de opening op ons suggestiebord een verrassing had geschreven voor ons 1 jaar samen zijn. Je eigen zaak samen nog voor je één jaar samen bent, dat zullen er ons waarschijnlijk niet veel nadoen (lacht). Ik weet trouwens ook nog heel goed dat ik haar in ‘t begin van juli belde, toen ze op Werchter was, “’t is gebeurd, we hebben een slagerij gekocht”. 

Hoe zijn jullie in Ternat terecht gekomen? 

“Puur toeval. Een advertentie gezien en meteen de telefoon bij de hand genomen. Enkele dagen later kwam ik hier binnen en het voelde meteen goed. Ik was direct verkocht, en niet veel later was het ook letterlijk verkocht.

En, zeker het vermelden waard, wij voelden ons hier ook vanaf de eerste dag welkom en zijn hier bijzonder warm onthaald. Als inwijkeling is het toch altijd wat zoeken, er heerst in ‘t begin ook altijd wat twijfel, maar dat bleek helemaal niet nodig”. 

Jullie hebben van de vorige slager ook het recept van zijn pensen kunnen bemachtigen.

“Klopt helemaal, tot op vandaag worden ze ook nog steeds met dat recept gemaakt. Tijdens ons openingsweekend, ondertussen 13 jaar terug, kon je ook je eigen lengte winnen in worsten. Daar is heel veel respons op gekomen en toen we de eerste keer onze deur openden stond er al volk te wachten, dat geeft meteen vleugels.

Sindsdien is het ook allemaal gestaag gegroeid tot de winkel van vandaag, de woning achteraan werd opgeofferd voor een grotere werkruimte en de winkelruimte zelf is nog wat uitgebreid. Vandaag zijn we hier nog steeds heel tevreden”. 

Jullie hebben nu ook een nieuwe website en een online shop. Is dat iets waar je al een tijdje mee in je hoofd zat of door de omstandigheden versneld uitgerold werd? 

“Eigenlijk zit ik al drie jaar met dat idee. Ik was al een tijdje op zoek naar een systeem dat de weegschalen en de kassa ook kon koppelen. Handig om alles snel op te volgen en gegevens uit te halen. Maar ik heb eigenlijk voor niets gewacht, want vandaag bestaat dat nog altijd niet. Het is te zeggen, het bestaat op zich wel maar niet met de software waar wij mee werken. 

We namen in tussentijd wel al heel veel bestellingen aan per mail, maar de administratie die daar bij kwam kijken maakte je knettergek.

Toen we beslisten om, gelet op de omstandigheden, toch voor webshop te gaan heeft het Tiny bloed, zweet en tranen gekost. En we zijn best fier op het resultaat. Je kan bijna alle producten ook zien op onze site, je kan ze enkel nog niet vastnemen en eraan ruiken, op dat systeem moet ik dus ook niet wachten (lacht). Nu bestel je online en betaal je nog in de winkel, dat werkt makkelijker omdat je met prijzen per gewicht werkt. Je weet wel ‘mag het ietsje meer zijn?’

Maar voor onze tweede webshop, die nu ook online staat speciaal voor de feesten, werken we met stukprijzen. Je kan dan dus online bestellen, meteen afrekenen en hoeft enkel op te halen op ons extra afhaalpunt achteraan op de parking. Dat is in deze tijden dan ook nog eens een stuk veiliger en moet ervoor zorgen dat je geen overvolle winkel hebt en alles vlot doorstroomt. 

Het is sowieso alweer een serieuze stap in ons groeiproces en het was er gelukkig meteen ‘ boenk op’. We draaien nu eigenlijk een beetje ‘op proef’ om tegen de feestdagen ‘op punt’ te staan, maar tot nu toe loopt alles op wieltjes”. 

Iets voor de feestdagen dat je ons zeker kan aanraden? 

“Alles (lacht). Neen, serieus, ieder heeft zijn eigen smaak en we staan uiteraard achter alles wat we verkopen. Ook voor de hobbykoks trouwens proberen we er te zijn, we zoeken graag voor hen naar het perfecte stuk vlees om creatief te zijn.

Iets helemaal anders om af te sluiten: wat houdt je zoal bezig in je vrije tijd? 

“Tiny zal zeker zeggen: ‘Hij is nooit thuis. Hij zit liever in Ternat.’ Het is me inderdaad nooit teveel, de overtuiging en de passie is te groot, maar door de situatie van vandaag, en de beslissing om onszelf en ook ons personeel wat te beschermen door op zondag te sluiten, merk je toch wel meteen een groot verschil. Nogmaals, het was me zeker niet te veel, maar de balans is meer in evenwicht. ‘Mag het ietsje meer zijn?’ Awel ja, dat mag. Ik zou er in een andere situatie nooit aan gedacht hebben, maar noodgewongen kom je tot het besef dat je voor het eerst in jaren moederdag viert met Tiny en de drie dochters. Het is wat minder gejaagd, het is een cliché, maar het geeft het leven in ‘t algemeen wat meer kwaliteit. En kwaliteit is ook tijd om met de maten naar ‘t voetbal te gaan en een pot te drinken aan de toog. Al is dat nu niet mogelijk, maar ook dat heeft dan weer zijn voordeel voor de meisjes, de papa is nog meer thuis (lacht).

Om met nog een ander cliché af te sluiten, het zit hem in de kleine dingen. Eens een boek lezen, eens rustig thuis de BBQ aansteken en een goed stuk vlees op leggen of eens gaan lopen, hetgeen ik ook nog maar weinig doe”. 

Hola, heb je daar nog ambities? 

“Eigenlijk wel. Nu loop ik vrij vlot 20 tot 25 km, maar je weet dat ieders ambitie dan al snel die 42km wordt. Ooit wil ik dus wel een marathon lopen. Wie weet, misschen na mijn beenhouwerscarrière. Maar geen nood, we gaan nog niet direct (weg)lopen”. 

WWW.VASTENAVONDT.BE